d

>

decoreren,

degenereren,

delen,

demonteren,

denken,

demoraliseren,

deugen,

determineren,

disciplineren,

disharmoniƫren,

documenteren,

doden,

domineren,

doodhongeren,

doodslaan,

doodverklaren,

doorboren,

doordringen,

doordrukken,

doorgaan,

doorpikken,

doorslikken,

doorsteken,

doorwerken,

doorwinteren,

doorzwaaien,

draaien,

dragen,

driften,

drogen,

drukken,

duren,

durven,

<